Careermaker
Careermaker Techniek
Careermaker Transport en Logistiek
Careermaker Safety Services
Niet functioneren geen geldige ontslagreden

Niet functioneren geen geldige ontslagreden

Een werkgever ontsloeg een uitzendkracht in eerste instantie op basis van slecht functioneren. Het hof oordeelt vervolgens dat de werkgever aan de uitzendkracht moest aangeven dat de uitzendovereenkomst wordt geëindigd omdat de inlener dat wil. De uitzendkracht kreeg hierdoor zes maanden zijn loon doorbetaald.

De regelgeving
In het uitzendbeding (artikel 7:691 lid 2) staat: ‘In de uitzendovereenkomst kan schriftelijk worden bedongen dat die overeenkomst van rechtswege eindigt doordat de terbeschikkingstelling van de werknemer door de werkgever aan de derde als bedoeld in artikel 690 op verzoek van die derde ten einde komt.’ Een uitzendcontract in fase A beëindigen moet daarom om de juiste reden gebeuren: het eindigen van de inleenopdracht op verzoek van de inlener. Niet functioneren is dus geen geldige reden voor ontslag.

Na een maand ontslag
De uitzendkracht was op 1 oktober 2009 in dienst gekomen en al na een maand ontslagen. De werkgever had hem per brief laten weten dat meerdere functioneringsgesprekken niet tot een verbetering hadden geleid en daarom was besloten de arbeidsovereenkomst te beëindigen per 9 november 2009. In 2010 heeft de uitzender nog een ontbindingsverzoek gedaan voor het geval de arbeidsovereenkomst nog zou bestaan. De kantonrechter ontbond de overeenkomst na dat verzoek op 22 juli 2010.

Loondoorbetaling
De werknemer vond dat de overeenkomst niet was geëindigd en vorderde onder andere loondoorbetaling. De kantonrechter wees het verzoek toe omdat het uitzendbureau als reden het disfunctioneren in plaats van het einde van de inlening had gegeven. In hoger beroep oordeelt het hof hetzelfde. Op grond van artikel 7:691 lid 2 BW had de uitzender aan de uitzendkracht duidelijk moeten maken dat de uitzendovereenkomst werd beëindigd omdat de inlener dat wilde, en niet omdat de uitzendkracht slecht functioneerde.

Vorderding toegewezen
Pas op 11 maart 2010 heeft de uitzender aan de gemachtigde van de ex-uitzendkracht geschreven dat het slechte functioneren er toe heeft geleid dat de inlener te kennen had gegeven niet langer van de uitzendkracht gebruik te willen maken. Het hof heeft daarom de vordering tot loondoorbetaling toegewezen tot en met 11 maart 2010.

Bron: FlexService

vorige | alle berichten | volgende