Careermaker
Careermaker Techniek
Careermaker Transport en Logistiek
Careermaker Safety Services
Met weinig slaap de top behalen

Met weinig slaap de top behalen

Politici debatteren tot diep in de nacht en managers zijn na een lange werkdag als eerste weer op de werkplek aanwezig. Weinig slaap kan dus nuttig zijn voor je carrière. Maar kan iedereen dit aanleren?

Wie aan de top meespeelt, slaapt weinig. Oud-topman van KPN Wim Dik: ‘Mensen die van nature met weinig slaap toekunnen, hebben een relatief grotere kans om carrière te maken, simpelweg door hun grotere output. Niet iedereen die maar vier tot zes uur slaap nodig heeft, komt in de raad van bestuur van Shell of ABN Amro. Maar waar anderen om middernacht gaan slapen, kun jij nog makkelijk een rapport doornemen. Als actief mens heb je een streepje voor, je kunt daarmee bij de bazen opvallen.’ 

Slaapmanagement
‘Er is vierentwintig uur in een dag, minus je slaap’, zegt Al de Weerd, hoofd van slaapcentrum SEIN, expertisecentrum voor slaapstoornissen met vestingen in Zwolle en Groningen. ‘Langzamerhand wordt er door topbestuurders, maar ook door andere mensen met een carrièreplanning steeds minder geslapen. Jonge advocaten, accountants met aspiraties en andere mensen die hogerop willen komen, bouwen steeds meer slaapschuld op. Ooit moet dat toch worden ingelost.’

Waar het om gaat is goed ‘slaapmanagement', zegt politicoloog Henk Dekker, hoogleraar aan de universiteit Leiden en gespecialiseerd in politieke psychologie. ‘Een effectief leider weet: hoeveel slaap heb ik minimaal nodig, wanneer ga ik disfunctioneren en wanneer creëer ik een moment van rust.’

Erfelijk
De gemiddelde Nederlander heeft van nature zo'n 7,5 uur slaap nodig. Maar er zijn ook mensen die meer dan negen uur per nacht moeten pakken (drie procent). En ongeveer vier procent kan toe met 5,5 uur, soms zelfs nog minder. Je wordt niet zomaar kortslaper of langslaper, zegt De Weerd. ‘Dat is erfelijk, met name het langslapen.’ Je kunt kortslapen dan ook niet aanleren, meent hij. ‘Kort slapen gaat na een paar jaar mis. Je moet namelijk gewoon zeven à acht uur per nacht slapen. Doe je dat niet, dan bouw je slaapschuld op en ligt een burn-out op de loer.’

Daar is Ton Coenen, hoogleraar neurofysiologische grondslagen van gedrag aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, het niet mee eens. ‘Slapen is een flexibel geheel. Het is deels genetisch bepaald, maar ook door je omgeving wordt de rekbaarheid ervan bepaald. Het gaat in de meeste gevallen goed als mensen steeds iets korter slapen, maar er is een ondergrens. En dat punt is 5,5 uur slaap. Dat is een vrij scherp omschreven grens.’

In de praktijk
Coenen denkt dat mensen zelf proefondervindelijk moeten uitvinden of ze minder en toch effectief kunnen slapen. Hij benadrukt dat het van persoon tot persoon verschilt. ‘Wil je het praktisch aanpakken, dan moet je lichaam er hoe dan ook geleidelijk aan wennen. Steeds een half uurtje minder, bijvoorbeeld. Je kunt niet in één keer drastisch verminderen.’ Hij is zelf niet uitgesproken voorstander van yoga of meditatie ter compensatie van slaaptekort. Fysieke inspanning is goed, zegt hij, om het malen en piekeren tegen te gaan. ‘En een kort dutje overdag na de lunch, dat kan effectief zijn.’ Maar, hij waarschuwt meteen: ‘Het mag maar één kort dutje zijn, niet vaker, zoals wel in bejaardenhuizen gebeurt. Dat is ongezond en leidt tot slaapproblemen. Er moet een zo scherp mogelijk onderscheid blijven tussen dag en nacht.’

Bron: Intermediair

vorige | alle berichten | volgende